Colostrum: is er genoeg voor iedereen?

Onlangs werd in Varkensbedrijf toegelicht hoe de overleving én vitaliteit van de big tijdens het geboorteproces verbeterd kon worden. Eenmaal de biggen geboren zijn, is het de kunst om ze ook tot aan spenen zo vitaal mogelijk te houden. Onderzoek uitgevoerd door dierenarts Ruben Decaluwé toont aan dat voldoende colostrumopname hierbij van cruciaal belang is.

Colostrum: wat is het precies?

• Speciale melk geproduceerd tijdens de eerste 24-36 uur na het begin van de partus en bevat 75% water
• Bevat antilichamen die gifstoffen neutraliseren en bacteriën en virussen bestrijden
• Levert voedingstoffen nodig voor het lichaamsonderhoud, het behouden van de lichaamstemperatuur, fysieke activiteit engroei
• Groeifactoren zorgen mede voor een goede ontwikkeling van het maagdarmstelsel

Colostrum: wat is het belang ervan?

• Sterfte tijdens de lactatie kan oplopen tot ongeveer 25% bij biggen die minder dan 160g colostrum per kg geboortegewicht opnemen
• Er is een positief verband tussen de hoeveelheid opgenomen colostrum en de dagelijkse groei tijdens de volledige lactatieperiode en zelfs tot slachtleeftijd
• Om goede prestaties van de biggen te bekomen wordt daarom een opname van 250g per big aangeraden

Colostrum: wat is het probleem?

• Uit onderzoek blijkt echter dat ongeveer 40% van de biggen onvoldoende colostrum opneemt
• We weten dat 30% van de zeugen onvoldoende colostrum produceert
• Probleem is vaak multifactorieel en zowel zeug, big- en omgevingsfactoren spelen een rol

Voldoende colostrum: wat kunnen we eraan doen?

• Verlegstrategieën: ten vroegste 12 uur na de geboorte, niet meer verleggen na 72 uur
• Voldoende water voorzien voor de zeug
• Optimale conditie van de zeug: zorg voor een goede ontwikkeling van het functioneel klierweefsel*

lysinehuishouding

Figuur 1: Lysinehuishouding bij de zeug in gram per dag tijdens de dracht (data: Trouw Nutrition Benelux)

*De hoeveelheid functioneel klierweefsel bepaalt de colostrumcapaciteit van een zeug. Dit klierweefsel wordt gevormd gedurende de laatste maand van de dracht en is lineair gecorreleerd met de hoeveelheid colostrum. Een optimale uitbouw van de melkklier is dus uitermate belangrijk. Inzicht in de weefselontwikkeling van de zeug tijdens verschillende levensfases helpt hierbij. Zo verandert de eiwitafzet gedurende de laatste periode van de dracht namelijk sterk. Kennis binnen Trouw Nutrition Benelux heeft geleid tot het ontwikkelen van het zeugenmodel. Hiermee kan gesimuleerd worden wat de eiwitbehoefte van een zeug is (uitgedrukt in lysinebehoefte in gram per dag) voor het eigen onderhoud maar ook voor bijvoorbeeld de uierontwikkeling, en dat alles onder bedrijfsspecifieke omstandigheden (figuur 1). Zo zien we bijvoorbeeld op basis van simulaties van het zeugenmodel dat zeugen met eenzelfde voederschema maar een hoger aantal totaal geboren biggen (21 in plaats van 18) 11% minder lysine beschikbaar hebben voor de ontwikkeling van de uier. Dit zou een lager toomgewicht en melkproductie van sommige zeugen kunnen verklaren. Verder onderzoek binnen Trouw Nutrition zal dit uitwijzen. Momenteel lijkt het erop dat het zeugenmodel pleit voor een uitgesproken dracht 1- en dracht 2-voedingsschema.


Ik wens een simulatie uit te voeren op mijn bedrijf of voor mijn klant